Donkeradaptatie / Nachtzicht
 

Het belangrijkste instrument in visuele astronomie is geen telescoop maar je eigen oog. Je kan de grootste telescoop hebben, de beste oculairs, donkere lucht... Maar als je ogen, of beter gezegd het oog waarmee je waarneemt niet aan het donker is gewend haal je nooit het beste uit je materiaal. Sterker nog, je zal niet eens de details zien die je met een goed donkergeadapteerd oog met een kleine telescoop onder mindere omstandigheden waarschijnlijk wel zou zien.

De mate waarin je oog adapteert is afhankelijk van drie factoren: Licht, tijd en de je ogen zelf.
Zorg ervoor dat je geen last hebt van fel licht, ongeacht de kleur. Maak bovendien in het geheel geen gebruik van wit licht. Gebruik in plaats daarvan uitsluitend zwak rood licht. De langere golflengte van rood licht heeft het minst invloed op je donkeradaptatie. Dat betekent niet dat je met een felle rode lamp moet werken want dat is nog steeds funest voor je nachtzicht. Gebruik rood licht dat nog net fel genoeg (lees: zodanig zwak) is om een sterrenkaart te kunnen lezen. Stel je ogen bovendien zo min mogelijk bloot aan licht van welke kleur dan ook, tenzij het echt nodig is. Wees ook niet terughoudend om anderen tijdens waarnemingen daar op te wijzen. Het lampje van bijvoorbeeld een autoportier lijkt overdag niet fel en is ook 's nachts niets storends voor iemand die nog niet aan het donker is gewend. Voor een donker geadapteerd oog is het echter bijna een schijnwerper.
Niet alleen het licht dat je zelf gebruikt is hinderlijk. Felle lampen van gebouwen in de omgeving, straatlantaarns, passerende auto's of andere lichtbronnen zijn allen storend. Scherm je waarneemplaats daarom zoveel mogelijk af. Bescherm je nachtzicht zoveel als mogelijk is. Indien je niet alle storende lichtbronnen in de omgeving kan vermijden dan kan je altijd nog een 'observers hood' gebruiken, een donker stuk doek om jezelf achter het oculair van het licht af te schermen.
Eigenlijk is het verbazingwekkend hoeveel astronomische producten er op de markt zijn die toch fel storend licht veroorzaken. De lampjes op Kendrick's Digifire Controllers bijvoorbeeld. Hoewel rood van kleur zijn ze veel te fel. Hetzelfde geldt voor het aan/uit knopje van Celestron's CPC telescopen: Erg fel en altijd in het zicht van de gebruiker. Zorg ervoor dat verlichting als deze niet in je richting schijnt en/of plak het af met tape.
Op de laatste van de eerder genoemde factoren lijken we geen invloed te hebben; je zal het moeten doen met de ogen die je hebt. We kunnen echter wel direct invloed uitoefenen op de mate waarin je oog in biologische zin in staat is te adapteren. Je nachtzicht neemt de eerste 10 à 15 minuten voornamelijk toe door het verwijden van je pupil. Daarna gaat het vooral om de biochemische reactie: staafjes worden actief, waar dat bij daglicht kegeltjes waren.
"Volledige" donkeradaptatie is na 20 tot 30 minuten bereikt. Maar ook daarna blijft je nachtzicht nog verbeteren, al is het veel minder snel dan in het eerste halfuur. Geef je ogen daarom de tijd om te adapteren voor je begint met waarnemen en vermijdt zoals gezegd onnodig licht. Schijnt er eventjes iets fel in je richting dan is je donkeradaptatie snel weer op het eerder bereikte niveau, maar is de tijdsduur iets langer dan begint het hele proces van adaptatie opnieuw.
Drinken en roken hebben beiden een negatief effect op je nachtzicht. Alcohol zorgt ervoor dat je pupil langzamer de maximale opening bereikt. Roken heeft tot gevolg dat je bloed minder zuurstof kan transporteren omdat koolstofmonoxide ongeveer 200 keer sterker aan hemoglobine bindt dan zuurstof. Een lage bloedsuikerspiegel vermindert je nachtzicht ook, net als een tekort aan vitaminen... ooit gehoord dat je door het eten van worteltjes beter gaat zien in het donker? Vermoeidheid heeft vanzelfsprekend ook invloed op je nachtzicht. In een uitgebreid artikel op zijn site gaat de bekende Nederlandse amateurastronoom Jan van Gastel veel dieper in op de biologische aspecten van donkeradaptatie.

Velen hebben het niet door, maar het is mensen eigen om tijdens een geconcentreerde waarneming, intensief zoekend naar een zwak object, je adem in te houden. Zelf betrap ik me er ook vaak op. Probeer hier op te letten en blijf op een regelmatige manier ademen. Minder zuurstof in je bloed betekent sterk verminderd nachtzicht.
Neem tijdens het waarnemen regelmatig een pauze. Drink iets non-alcholisch en eet af en toe iets. Zorg dat je warm blijft en ga eens een half uurtje liggen indien de vermoeidheid toeslaat maar je nog lang wilt doorgaan.
Wanneer je fel licht niet kan vermijden probeer dan het oog waarmee je waarneemt dan zoveel mogelijk te beschermen. Door het dicht te houden, of ga waarnemen als piraat met een ooglapje, of doe een rode bril op. Het ziet er niet uit maar het redt je nachtzicht.
Houdt bovendien rekening met anderen. Scherm je laptop af zodat, als je die gebruikt voor bijvoorbeeld astrofotografie niemand er last van heeft. Gebruik geen wit licht en dim als het even kan de lichten van je auto wanneer je in het donker aankomt en er al anderen op de waarneemstek zijn. Het zijn kleine dingen maar ze maken een wereld van verschil. Nachtzicht is je beste wapen in de visuele astronomie. Wees er zuinig op.

 
Collimatie
 
Collimeren is het oplijnen van de spiegels en/of lenzen in je telescoop. Zonder perfecte collimatie zijn sterren niet perfect rond, gaat contrast en daarmee detail verloren en is het beeld niet mooi scherp te stellen. In extreme gevallen van zeer slechte collimatie zie je zelfs dubbele beelden. Eigenlijk bestaat er niet zoiets als "redelijke collimatie". Indien je van mening bent dat de collimatie "best goed" of "wel mee te werken" is... dan is het tijd om te collimeren!
Op de pagina met Artikelen zal t.z.t. een pagina verschijnen met advies hierover.
 
Starhoppen in het oculair
 
Moeilijke, extreem zwakke of kleine objecten zal je alleen kunnen waarnemen als je op exact de juiste plaats kijkt. Een groot beeldveld waarbij je kan verwachten ergens in je oculair het object eenvoudigweg in beeld te krijgen is voor deze objecten niet voldoende.
Om te weten dat je op exact de juiste plaats kijkt is een afbeelding van het omringende sterrenveld onmisbaar. Maar met alleen de afbeelding ben je er nog niet. Het is essentieel om de richtingen in je oculair te weten. Zonder daarmee bekend te zijn is het veel lastiger om de afbeelding van het sterrenveld op te lijnen met wat je door je telesoop ziet. Maar niet alleen de richtingen zijn belangrijk, ook het formaat van het beeldveld moet bekend zijn. Als je weet welk deel van de afbeelding die je gebruikt daadwerkelijk zichtbaar is in je oculair, dan pas weet je precies waar je het object moet zoeken.
Hoewel je met behulp van de bovenstaande techniek met zekerheid op de juiste plaats kijkt wil dat nog steeds niet zeggen dat het object meteen zichtbaar is. Daarvoor moet binnen het veld de exacte locatie worden bepaald. Gebruik daarvoor de afbeelding en ga "starhoppen in je oculair". Zoek een patroon of een felle ster, maak vanaf daar een sprongetje naar het volgende patroon, of de volgende ster. Bepaal afstanden en hoeken, en kom zo uiteindelijk uit op de plaats waar het object moet staan. Centreer die plaats in je oculair en geef je oog de tijd om aan het beeldveld te wennen. Nog steeds zal niet ieder object direct in het zicht springen. Geef het even de tijd, gebruik perifeer zicht, of...
 
Beweging in het oculair
 
Onze ogen zijn veel gevoeliger voor iets dat beweegt dan voor iets dat stilstaat. Zo ook binnen onze hobby. Vaak heb ik meegemaakt dat een zwak object het beeldveld binnen schoof om vervolgens "te verdwijnen". Zelfs met gebruik van perifeer zicht was het niet meer zichtbaar. Tot ik de telescoop bewoog, waarbij het object opnieuw in het zicht sprong. Gebruik deze techniek om bijvoorbeeld zwakke sterrenstelsels zichtbaar te maken. Tik tegen je telescoop, verplaats de locatie van het object in en uit het beeldveld (wetende waar je precies moet kijken, zoals hierboven omschreven). Doe dit niet te langzaam, want dan zie je net zo weinig als wanneer het beeld stilstaat, maar ook weer niet zo snel dat je niet meer in staat bent je op het sterrenveld te concentreren. Dit is waarnemen op de limiet, maar ook die objecten tellen.
 
GOTO Synchronisatie
 
Veel GOTO systemen hebben de mogelijkheid om de electronische uitlijning te verfijnen. Dit wordt "synchronization" genoemd. Door te synchroniseren wordt een nieuw referentiepunt bepaald waarop volgende GOTO's worden gebaseerd. Onthoud goed dat GOTO geen objecten vindt maar de telescoop alleen maar draait naar een punt waar volgens het systeem een object moet staan. Een GOTO is niet nauwkeuriger dan de coördinaten waar naartoe wordt gedraaid, de opstelling van je materiaal en enkele instellingen van het systeem. Synchronisatie is dan ook slechts één (softwarematige) instelling.
Bij alle systemen is het noodzakelijk om het object waar de GOTO naar gemaakt is en waarop gesynchroniseerd gaat worden zo precies mogelijk in het beeldveld te centreren. Gebruik bij voorkeur een ster omdat dit een puntbron is en geen 'extended object'. Gebruik geen erg lage vergroting met een groot beeldveld, maar vergroot ook weer niet te hoog. Houdt als stelregel een vergroting van 100 tot 150× aan. Daarna...
 
Meade Autostar (#497 & II)
 
Na de GOTO: Druk op [ENTER] en houd de knop twee seconden ingedrukt. Wanneer je de knop loslaat piept de controller één keer. Verifieer dat het object inderdaad gecentreerd is en corrigeer indien noodzakelijk. Druk opnieuw op [ENTER] en de controller geeft aan dat de synchronisatie voltooid is.
 
Celestron NexStar & NexRemote
 
Celestron noemt dit in de gebruikershandleiding "Re-Alignment"

Na de GOTO: Druk op [UNDO] tot je terug bent in het hoofdmenu.


Druk op [ALIGN] en daarna één keer op [DOWN 9], rechtsonder op de controller. Druk op [ENTER]. Centreer het object, druk opnieuw op [ENTER], verifieer nogmaals dat het object gecentreerd is en druk dan weer op [ALIGN] en de controller geeft aan dat de synchronisatie voltooid is.
 
Orion / Sky-Watcher SynScan
 
Orion en Sky-Watcher noemen dit in de gebruikershandleiding "PAE: Pointing Accuracy Enhancement"

Na de GOTO: Druk op [ESC], laat de knop los en druk vervolgens nogmaals op [ESC] waarbij je deze keer de knop twee seconden vasthoudt. Verifieer dat het object inderdaad gecentreerd is en corrigeer indien noodzakelijk. Druk op [ENTER] en de synchronisatie is voltooid (de controller laat in tegenstelling tot Autostar en NexStar geen tekst zien die aangeeft dat de synchronisatie voltooid is).
Pagina update: 4 juni 2010