| Donkeradaptatie / Nachtzicht |
Het belangrijkste instrument in visuele astronomie is geen telescoop maar je eigen oog. Je kan de grootste telescoop hebben, de beste oculairs,
donkere lucht... Maar als je ogen, of beter gezegd het oog waarmee je waarneemt niet aan het donker is gewend haal je nooit het beste uit je
materiaal. Sterker nog, je zal niet eens de details zien die je met een goed donkergeadapteerd oog met een kleine telescoop onder mindere omstandigheden
waarschijnlijk wel zou zien. |
Collimatie |
| Collimeren is het oplijnen van de spiegels en/of lenzen in je telescoop. Zonder perfecte collimatie zijn sterren niet perfect rond, gaat contrast en
daarmee detail verloren en is het beeld niet mooi scherp te stellen. In extreme gevallen van zeer slechte collimatie zie je zelfs dubbele beelden.
Eigenlijk bestaat er niet zoiets als "redelijke collimatie". Indien je van mening bent dat de collimatie "best goed" of "wel mee te werken"
is... dan is het tijd om te collimeren! Op de pagina met Artikelen zal t.z.t. een pagina verschijnen met advies hierover. |
Starhoppen in het oculair |
| Moeilijke, extreem zwakke of kleine objecten zal je alleen kunnen waarnemen als je op exact de juiste plaats kijkt. Een groot beeldveld
waarbij je kan verwachten ergens in je oculair het object eenvoudigweg in beeld te krijgen is voor deze objecten niet voldoende. Om te weten dat je op exact de juiste plaats kijkt is een afbeelding van het omringende sterrenveld onmisbaar. Maar met alleen de afbeelding ben je er nog niet. Het is essentieel om de richtingen in je oculair te weten. Zonder daarmee bekend te zijn is het veel lastiger om de afbeelding van het sterrenveld op te lijnen met wat je door je telesoop ziet. Maar niet alleen de richtingen zijn belangrijk, ook het formaat van het beeldveld moet bekend zijn. Als je weet welk deel van de afbeelding die je gebruikt daadwerkelijk zichtbaar is in je oculair, dan pas weet je precies waar je het object moet zoeken. Hoewel je met behulp van de bovenstaande techniek met zekerheid op de juiste plaats kijkt wil dat nog steeds niet zeggen dat het object meteen zichtbaar is. Daarvoor moet binnen het veld de exacte locatie worden bepaald. Gebruik daarvoor de afbeelding en ga "starhoppen in je oculair". Zoek een patroon of een felle ster, maak vanaf daar een sprongetje naar het volgende patroon, of de volgende ster. Bepaal afstanden en hoeken, en kom zo uiteindelijk uit op de plaats waar het object moet staan. Centreer die plaats in je oculair en geef je oog de tijd om aan het beeldveld te wennen. Nog steeds zal niet ieder object direct in het zicht springen. Geef het even de tijd, gebruik perifeer zicht, of... |
Beweging in het oculair |
| Onze ogen zijn veel gevoeliger voor iets dat beweegt dan voor iets dat stilstaat. Zo ook binnen onze hobby. Vaak heb ik meegemaakt dat een zwak object het beeldveld binnen schoof om vervolgens "te verdwijnen". Zelfs met gebruik van perifeer zicht was het niet meer zichtbaar. Tot ik de telescoop bewoog, waarbij het object opnieuw in het zicht sprong. Gebruik deze techniek om bijvoorbeeld zwakke sterrenstelsels zichtbaar te maken. Tik tegen je telescoop, verplaats de locatie van het object in en uit het beeldveld (wetende waar je precies moet kijken, zoals hierboven omschreven). Doe dit niet te langzaam, want dan zie je net zo weinig als wanneer het beeld stilstaat, maar ook weer niet zo snel dat je niet meer in staat bent je op het sterrenveld te concentreren. Dit is waarnemen op de limiet, maar ook die objecten tellen. |
GOTO Synchronisatie |
| Veel GOTO systemen hebben de mogelijkheid om de electronische uitlijning te verfijnen. Dit wordt "synchronization" genoemd. Door te synchroniseren
wordt een nieuw referentiepunt bepaald waarop volgende GOTO's worden gebaseerd. Onthoud goed dat GOTO geen objecten vindt maar de
telescoop alleen maar draait naar een punt waar volgens het systeem een object moet staan. Een GOTO is niet nauwkeuriger dan de coördinaten waar
naartoe wordt gedraaid, de opstelling van je materiaal en enkele instellingen van het systeem. Synchronisatie is dan ook slechts één (softwarematige) instelling. Bij alle systemen is het noodzakelijk om het object waar de GOTO naar gemaakt is en waarop gesynchroniseerd gaat worden zo precies mogelijk in het beeldveld te centreren. Gebruik bij voorkeur een ster omdat dit een puntbron is en geen 'extended object'. Gebruik geen erg lage vergroting met een groot beeldveld, maar vergroot ook weer niet te hoog. Houdt als stelregel een vergroting van 100 tot 150× aan. Daarna... |
| Meade Autostar (#497 & II) |
Na de GOTO: Druk op [ENTER] en houd de knop twee seconden ingedrukt. Wanneer je de knop loslaat piept de controller één keer. Verifieer dat het object inderdaad gecentreerd is en corrigeer
indien noodzakelijk. Druk opnieuw op [ENTER] en de controller geeft aan dat de synchronisatie voltooid is.
![]() |
| Celestron NexStar & NexRemote |
| Celestron noemt dit in de gebruikershandleiding "Re-Alignment" Na de GOTO: Druk op [UNDO] tot je terug bent in het hoofdmenu.
![]()
![]() Druk op [ALIGN] en daarna één keer op [DOWN 9], rechtsonder op de controller. Druk op [ENTER]. Centreer het object, druk opnieuw op [ENTER], verifieer nogmaals dat het object gecentreerd is en druk dan weer op [ALIGN] en de controller geeft aan dat de synchronisatie voltooid is. |
| Orion / Sky-Watcher SynScan |
| Orion en Sky-Watcher noemen dit in de gebruikershandleiding "PAE: Pointing Accuracy Enhancement" Na de GOTO: Druk op [ESC], laat de knop los en druk vervolgens nogmaals op [ESC] waarbij je deze keer de knop twee seconden vasthoudt. Verifieer dat het object inderdaad gecentreerd is en corrigeer indien noodzakelijk. Druk op [ENTER] en de synchronisatie is voltooid (de controller laat in tegenstelling tot Autostar en NexStar geen tekst zien die aangeeft dat de synchronisatie voltooid is).
![]() |
![]() |
