| Waarom Loggen? |
|
Een waarneming gaat verloren wanneer die niet wordt vastgelegd. Een niet vastgelegde waarneming bestaat slechts in je geheugen. Met behulp van vastgelegde waarnemingen is eenvoudig te verifiëren welke objecten je hebt gezien, wat je hebt gezien, welk materiaal je hebt gebruikt en hoe de omstandigheden op dat moment waren. Zonder je waarnemingen vast te leggen komt het vaak voor dat een object je bekend voorkomt... Wellicht omdat je 't zonder het je te beseffen steeds opnieuw bekijkt? Loggen creëert bovendien je eigen database: Het zijn jouw waarnemingen zoals jij het hebt gezien. Dat is leuk en handig voor eigen gebruik, maar ook omdat een waarneming van een object gedeeld of vergeleken kan worden met die van iemand anders. Dat kan nieuw inzicht geven of subtiele details aan het licht brengen en daarmee het plezier van je waarneming vergroten. Bovendien is het nog steeds niet uit te sluiten dat amateurs een ontdekking doen! |
Waarnemingen Vastleggen |
|
Een waarneming tel ik pas wanneer ik met absolute zekerheid een object heb gezien, hoe vaag het ook is. Dubbelsterren tel ik als waarneming wanneer ik minimaal één component heb weten te splitsen. "Gecombineerde objecten", zoals open clusters waar een nevel bij hoort, tel ik voor het gemak als een enkel object. Wat ik zie leg ik vast met behulp van een memorecorder. Zodoende verspil ik geen tijd met het maken van notities en hoef ik in het donker niet in de weer met een stuk papier. De bestanden op de memorecorder bewaar ik op mijn laptop om later uit te werken. |
Object Details |
|
Hoewel objecten gelijkenis kunnen vertonen verschilt voor ieder object de waarneming in combinatie met de gebruikte uitrusting, de waarneemlocatie, de atmosferische omstandigheden
en uiteraard de donkeradaptatie van de waarnemer. Hieronder volgen per objectcategorie een aantal voorbeelden waar je tijdens het vastleggen van een waarneming op kan letten. Klik op de objecttitels om er meer over te lezen op Wikipedia (Engelstalig). De foto's van de objecten hieronder zijn, tenzij anders vermeld, gemaakt door Robert Gendler en met zijn toestemming gebruikt. Klik op een foto om het origineel op zijn site te bekijken. |
| Open clusters (open sterrenhopen) |
|
|
| Globular clusters (bolvormige sterrenhopen) |
|
Een hogere vergroting doet het vaak goed op deze objecten. De achtergrond wordt donkerder en omdat sterren puntbronnen zijn maakt dit zwakkere sterren zichtbaar. Met gebruik van perifeer zicht is bovendien mogelijk om nóg meer sterren te kunnen zien en het cluster verder op te lossen. |
| Nevels |
|
Het probleem met het waarnemen van nevels is de meestal vrij lage oppervlaktehelderheid. Denk eraan, de magnitude van een nevel kan laag zijn, maar deze felheid kan zijn "uitgesmeerd" over een groot oppervlak. Weet welke nevels er binnen het bereik van je telescoop liggen en weet waar je naar op zoek bent. Filters (UHC bijvoorbeeld) kunnen helpen maar verwacht er geen wonderen van. Het effect is vaak subtiel. Wanneer je de nevel in beeld hebt, let dan op de vorm, de felheid en de grootte. Is de nevel overal even fel? Is er structuur zichtbaar? Donkere plekken? Losstaande delen? Ligt de nevel rond een ster, zoals bij veel reflectienevels? Wat is het effect van een filter of het gebruik van een andere vergroting? |
| Donkere nevels |
|
Een telescoop met een relatief groot beeldveld in combinatie met een lage vergroting werkt meestal het beste om donkere nevels te kunnen onderscheiden. |
| Planetaire nevels |
|
Met uitzondering van relatief grote en felle planetaire nevels is het belangrijk dat je op precies de goede plaats kijkt om de nevel zichtbaar te maken. In het geval van grote, zwakke nevels om de zwakke gloed te kunnen waarnemen want soms springt die niet meteen in het zicht. In het geval van hele kleine neveltjes is het vaak niet eens mogelijk om die meteen van de omringende sterren te onderscheiden. Niet voor niets worden veel planetaire nevels als 'stellar' omschreven. Om toch met zekerheid te kunnen zeggen welke 'ster' in het veld de nevel is, kan je kijken welke er met gebruik van perifeer zicht iets groter lijkt te worden. Een filter, bij voorkeur een OIII kan ook uitkomst bieden. Dit type filter laat bijna alleen het specifieke deel van het spectrum van het licht passeren dat door de nevel wordt uitgezonden. Hierdoor lijken de sterren bijna te verdwijnen terwijl er eentje juist iets feller wordt... dat is de nevel. Een techniek die hierbij erg handig is, is de "blinking techniek". De Nederlandse amateurastronoom Fred Hissink schreef er een uitgebreid artikel over. Bij sommige ronde planetaire nevels is een ringvorm zichtbaar. Een hogere vergroting helpt vaak om deze zichtbaar te maken. Is de nevel gelijkmatig fel, of iets feller in het midden? Is de centrale ster zichtbaar? In tegenstelling tot andere deepsky objecten (tenzij die met een erg grote telescoop worden bekeken) is er soms nog iets bijzonders te zien aan planetaire nevels: Kleur! Niet altijd even duidelijk en vaak subtiel, maar tinten als lichtgroen of turqoise zijn regematig zichtbaar. |
| Supernova restanten |
|
SNR's lijken visueel gezien op nevels, maar zijn dat natuurlijk niet. Vandaar dat filters weinig of geen effect hebben. |
| Sterrenstelsels |
|
Het eerste dat bij het waarnemen van een sterrenstelsel in het oog springt is de vorm. Soms is een stelsel niet meer dan een grijs veegje of een klein, zwak vlekje in je oculair. Soms is er detail zichtbaar in de vorm van spiraalarmen, donkere banen of een felle kern. Meestal zijn sterrenstelsels feller in het midden waarbij de overgang van de zwakke buitenste halo naar het fellere middelste deel subtiel of juist abrupt kan zijn. Het middelste deel kan rond zijn, of uitgerekt in dezelfde richting als het stelsel zelf. Andere sterrenstelsels zijn saaier en gelijkmatig fel zonder verdere details. Perifieer zicht helpt enorm om in sterrenstelsels meer detail te ontdekken. Een zwakke kern kan bijvoorbeeld toch zichtbaar worden, of een donker deel, of zelfs een satellietstelsel dat je in eerste instantie niet zag. Bij uitgerekte stelsels is het handig om vooraf de PA (position angle) te weten, de hoek die de lange as van het stelsel ten opzicht van het noorden maakt. Door die hoek te kennen weet je hoe het stelsel in je oculair staat, vooropgesteld dat je weet waar het noorden is. Net als bij nevels is de magnitude van sterrenstelsels soms misleidend. De oppervlaktehelderheid is veel lager wanneer het een bovengemiddeld groot stelsel betreft en daarmee de felheid van het totale object. |
| Dubbelsterren |
Copyright 2005 Richard Yandrick, used with permission.
Dubbelsterren zijn voor veel astronomen toch een categorie apart. De één wil er zoveel mogelijk zien, de andere probeert met een zo klein mogelijke telescoop de componenten te splitsen. Het splitsen van dubbelsterren is waar het bij het waarnemen meestal om gaat. Daarnaast zijn er ook velen die er naar kijken vanwege de opvallende kleuren die soms in de sterren zichtbaar zijn. Een dubbelster heeft een bepaald aantal componenten, waarbij de felste in de regel "A" wordt genoemd. De positie van de andere sterren (B, C, etc.) wordt genoemd in een hoek en afstand ten opzichte van A en het ware noorden. Die hoek noemen we PA (position angle), de afstand "separation" (in boogseconden). Om deze hoek goed te kunnen bepalen is het essentieel om de richting in je oculair te weten. Zonder exact op de juiste plaats te kijken is het bijna onmogelijk om zeer zwakke componenten of die met een minimale separatie te splitsen. Het gebruik van een hogere vergroting maakt zwakkere componenten zichtbaar en stelt je in staat componenten met een kleinere separatie te splitsen. Let bij het waarnemen van dubbelsterren op het kleurcontrast. Stel jezelf de eenvoudige vraag: "Is component A wit?". Zo nee, wat is de kleur of tint dan? Hebben de andere componenten exact dezelfde kleur? Door op deze manier naar dubbelsterren te kijken zal het je opvallen dat er behoorlijk wat kleur aanwezig is. |
| Carbonsterren |
Image courtesy of Al Kelly, used with permission.
|
| Asterismen |
|
|
Waarnemingen Uitwerken |
| De op mijn memorecorder vastgelegde waarnemingen werk ik uit in AstroPlanner. Hetzelfde programma dat ik gebruik om mijn waarnemingen
te plannen. AstroPlanner stelt me in staat om waarnemingen gedetailleerd uit te werken en indien gewenst direct extra informatie over het object te kunnen opzoeken. Niet alleen over het
object zelf, maar ook over alles wat er in de directe omgeving zichtbaar was. De details die ik vastleg zijn naast de datum en het tijdstip van een waarneming, de locatie en het gebruikte materiaal, ook de weersomstandigheden en relevante informatie over de atmosfeer. Zoals de seeing, transparantie, geschatte grensmagnitude en SQM waarde. De mate van lichtvervuiling op de locatie, storend maanlicht of andere dingen die van invloed waren, zijn allemaal het vermelden waard. |
|
|
![]() |
| Het gericht bijhouden van waarnemingen en het gedetailleerd uitwerken daarvan noem ik "loggen". In feite is een verzameling van waarneemverslagen je eigen astronomische logboek. Deze pagina omschrijft hoe ik daarin te werk ga. |