Waarom Loggen?
 
Een waarneming gaat verloren wanneer die niet wordt vastgelegd. Een niet vastgelegde waarneming bestaat slechts in je geheugen.
Met behulp van vastgelegde waarnemingen is eenvoudig te verifiëren welke objecten je hebt gezien, wat je hebt gezien, welk materiaal je hebt gebruikt en hoe de omstandigheden op dat moment waren. Zonder je waarnemingen vast te leggen komt het vaak voor dat een object je bekend voorkomt... Wellicht omdat je 't zonder het je te beseffen steeds opnieuw bekijkt?
Loggen creëert bovendien je eigen database: Het zijn jouw waarnemingen zoals jij het hebt gezien. Dat is leuk en handig voor eigen gebruik, maar ook omdat een waarneming van een object gedeeld of vergeleken kan worden met die van iemand anders. Dat kan nieuw inzicht geven of subtiele details aan het licht brengen en daarmee het plezier van je waarneming vergroten. Bovendien is het nog steeds niet uit te sluiten dat amateurs een ontdekking doen!
 
Waarnemingen Vastleggen
 
Het vastleggen van een waarneming begint achter het oculair. Wanneer ik een object in beeld heb concentreer ik me in eerste instantie op de details van het object zelf. Daarnaast verdient het omringende sterrenveld ook de aandacht. Felle sterren in de directe omgeving kunnen het beeld verfraaien, maar zijn tegelijkertijd ook een goede referentie voor de exacte locatie van een object. Vaak is er ook meer te zien in de omgeving. Bijvoorbeeld twee sterrenstelsel die dicht bij elkaar staan, of een dubbelster in hetzelfde beeldveld. Goede toevoegingen aan een waarneming zijn patronen in het sterrenveld; zoek naar driehoeken, rechthoeken of trapezia en omschrijf daarbij waar het object ten opzichte van dat figuur staat, of waar het er deel van uitmaakt. Veel sterren hebben bovendien een kleur. Vaak subtiel, soms opvallend. Dit soort details zijn de moeite van het vastleggen waard.
Een waarneming tel ik pas wanneer ik met absolute zekerheid een object heb gezien, hoe vaag het ook is. Dubbelsterren tel ik als waarneming wanneer ik minimaal één component heb weten te splitsen. "Gecombineerde objecten", zoals open clusters waar een nevel bij hoort, tel ik voor het gemak als een enkel object.
Wat ik zie leg ik vast met behulp van een memorecorder. Zodoende verspil ik geen tijd met het maken van notities en hoef ik in het donker niet in de weer met een stuk papier. De bestanden op de memorecorder bewaar ik op mijn laptop om later uit te werken.

Naast een omschrijving van het waargenomen object leg ik ook gegevens vast over de atmosferische omstandigheden, lichtvervuiling, wind en temperatuur. Al deze factoren dragen bij tot een complete database van eigen waarnemingen onder wisselende omstandigheden. Voor de eerste waarneming en gedurende de avond of nacht tussen waarnemingen door meet ik de SQM waarde. Het getal dat een SQM meter aangeeft is een goede indicatie van de omstandigheden. Hoe slechter de transparantie en/of hoe erger de lichtvervuiling, hoe lager de waarde zal zijn. Om de gegevens objectief te houden meet ik, ongeacht de omstandigheden en ongeacht de locatie van het object dat ik waarneem, altijd richting de zenit (recht omhoog). Ik pas geen correctie toe voor de Melkweg of voor andere factoren. De Melkweg is bepaald geen egale band van licht en daarvoor een standaard correctie toepassen is per definitie niet objectief. De gemeten SQM is wat het is, en dat noteer ik.
 
Object Details
 
Hoewel objecten gelijkenis kunnen vertonen verschilt voor ieder object de waarneming in combinatie met de gebruikte uitrusting, de waarneemlocatie, de atmosferische omstandigheden en uiteraard de donkeradaptatie van de waarnemer.
Hieronder volgen per objectcategorie een aantal voorbeelden waar je tijdens het vastleggen van een waarneming op kan letten. Klik op de objecttitels om er meer over te lezen op Wikipedia (Engelstalig).

De foto's van de objecten hieronder zijn, tenzij anders vermeld, gemaakt door Robert Gendler en met zijn toestemming gebruikt.
Klik op een foto om het origineel op zijn site te bekijken.
 
Open clusters (open sterrenhopen)
 
Open clusters kunnen rijk of arm zijn, groot of klein, geconcentreerd of gespreid. Ze kunnen losstaan of opgaan in het omringende sterrenveld. De sterren kunnen van ongeveer gelijke magnitude zijn of juist sterk in felheid variëren. De kleur van de sterren kan verschillen en vaak zijn er in een open cluster dubbelsterren te onderscheiden. Is het cluster overal even rijk, of zijn er 'gaten in het cluster' zichtbaar? Is het rond of heeft een een andere vorm? Zijn er sterren die bogen of uitlopers vormen? Is op de achtergrond een waas zichtbaar van niet opgeloste sterren, en lossen deze wel op met gebruik van perifeer zicht? Let bij het waarnemen van sommige open clusters ook op eventuele neveligheid.
 
Globular clusters (bolvormige sterrenhopen)
 
In tegenstelling tot open clusters hebben de meeste globular clusters één ding gemeen: ze zijn bijna altijd rond. De variatie zit hem voornamelijk in de grootte, de felheid van het cluster en in de sterrenconcentratie. Is het cluster gelijkmatig fel of is er een feller middelste deel zichtbaar? Is het cluster goed op te lossen en is de sterrenconcentratie overal gelijk? Springen er opvallend felle sterren in het zicht? Is het cluster perfect rond, of misschien iets ovaal of afgeplat?
Een hogere vergroting doet het vaak goed op deze objecten. De achtergrond wordt donkerder en omdat sterren puntbronnen zijn maakt dit zwakkere sterren zichtbaar. Met gebruik van perifeer zicht is bovendien mogelijk om nóg meer sterren te kunnen zien en het cluster verder op te lossen.
 
Nevels
 
Nevels zijn lastige objecten. Met uitzondering van de bekende, grote, felle nevels zijn de meesten zwak en moeilijk waar te nemen... niet wat je verwacht na het zien van de vele schitterende foto's die er van gemaakt worden!
Het probleem met het waarnemen van nevels is de meestal vrij lage oppervlaktehelderheid. Denk eraan, de magnitude van een nevel kan laag zijn, maar deze felheid kan zijn "uitgesmeerd" over een groot oppervlak. Weet welke nevels er binnen het bereik van je telescoop liggen en weet waar je naar op zoek bent. Filters (UHC bijvoorbeeld) kunnen helpen maar verwacht er geen wonderen van. Het effect is vaak subtiel.
Wanneer je de nevel in beeld hebt, let dan op de vorm, de felheid en de grootte. Is de nevel overal even fel? Is er structuur zichtbaar? Donkere plekken? Losstaande delen? Ligt de nevel rond een ster, zoals bij veel reflectienevels? Wat is het effect van een filter of het gebruik van een andere vergroting?
 
Donkere nevels
 
Deze objectcategorie is een geval apart. Donkere nevels bestaan uit dezelfde materie als emissie- en reflectienevels, maar gloeien niet of worden niet verlicht door sterren. Daardoor zijn het visueel en fotografisch donkere onderbrekingen van het sterrenveld. En dat is precies waar je naar op zoek bent. Zoek de overgang van een gebied met veel sterren naar een gebied waar er weinig of geen staan. Wetend dat je op de juiste plek kijkt kan je proberen de vorm van zo'n donker stuk te bepalen: Uitgerekt, rond of juist een slingerend stuk? In ieder geval, daar waar je in het sterrenveld niets ziet, daar staat de nevel. Niets zien is zien in dit geval. Raar maar waar.
Een telescoop met een relatief groot beeldveld in combinatie met een lage vergroting werkt meestal het beste om donkere nevels te kunnen onderscheiden.
 
Planetaire nevels
 
Picture courtesy of Robert Gendler, used with permission (www.robgendlerastropics.com)Planetaire nevels zijn er in vele soorten en maten. Groot tot klein, rond of met een bijzondere vorm, soms extreem klein en fel.
Met uitzondering van relatief grote en felle planetaire nevels is het belangrijk dat je op precies de goede plaats kijkt om de nevel zichtbaar te maken. In het geval van grote, zwakke nevels om de zwakke gloed te kunnen waarnemen want soms springt die niet meteen in het zicht. In het geval van hele kleine neveltjes is het vaak niet eens mogelijk om die meteen van de omringende sterren te onderscheiden. Niet voor niets worden veel planetaire nevels als 'stellar' omschreven. Om toch met zekerheid te kunnen zeggen welke 'ster' in het veld de nevel is, kan je kijken welke er met gebruik van perifeer zicht iets groter lijkt te worden. Een filter, bij voorkeur een OIII kan ook uitkomst bieden. Dit type filter laat bijna alleen het specifieke deel van het spectrum van het licht passeren dat door de nevel wordt uitgezonden. Hierdoor lijken de sterren bijna te verdwijnen terwijl er eentje juist iets feller wordt... dat is de nevel. Een techniek die hierbij erg handig is, is de "blinking techniek". De Nederlandse amateurastronoom Fred Hissink schreef er een uitgebreid artikel over.
Bij sommige ronde planetaire nevels is een ringvorm zichtbaar. Een hogere vergroting helpt vaak om deze zichtbaar te maken. Is de nevel gelijkmatig fel, of iets feller in het midden? Is de centrale ster zichtbaar? In tegenstelling tot andere deepsky objecten (tenzij die met een erg grote telescoop worden bekeken) is er soms nog iets bijzonders te zien aan planetaire nevels: Kleur! Niet altijd even duidelijk en vaak subtiel, maar tinten als lichtgroen of turqoise zijn regematig zichtbaar.
 
Supernova restanten
 
Picture courtesy of Robert Gendler, used with permission (www.robgendlerastropics.com)Slechts enkele van deze bijzondere objecten zijn door amateurtelescopen zichtbaar.
SNR's lijken visueel gezien op nevels, maar zijn dat natuurlijk niet. Vandaar dat filters weinig of geen effect hebben.
 
Sterrenstelsels
 
Picture courtesy of Robert Gendler, used with permission (www.robgendlerastropics.com)Het overgrote deel van de zichtbare deepsky objecten bestaat uit sterrenstelsels. Er zijn er letterlijk duizenden zichtbaar door amateurtelescopen. Ze komen in alle soorten in maten. Klein en groot, rond of uitgerekt, extreem zwak of zeer fel. Sommigen zijn onder goede omstandigheden zelfs met het blote oog zichtbaar, de zwaksten zijn uitdagingen om waar te nemen.
Het eerste dat bij het waarnemen van een sterrenstelsel in het oog springt is de vorm. Soms is een stelsel niet meer dan een grijs veegje of een klein, zwak vlekje in je oculair. Soms is er detail zichtbaar in de vorm van spiraalarmen, donkere banen of een felle kern. Meestal zijn sterrenstelsels feller in het midden waarbij de overgang van de zwakke buitenste halo naar het fellere middelste deel subtiel of juist abrupt kan zijn. Het middelste deel kan rond zijn, of uitgerekt in dezelfde richting als het stelsel zelf. Andere sterrenstelsels zijn saaier en gelijkmatig fel zonder verdere details.
Perifieer zicht helpt enorm om in sterrenstelsels meer detail te ontdekken. Een zwakke kern kan bijvoorbeeld toch zichtbaar worden, of een donker deel, of zelfs een satellietstelsel dat je in eerste instantie niet zag.
Bij uitgerekte stelsels is het handig om vooraf de PA (position angle) te weten, de hoek die de lange as van het stelsel ten opzicht van het noorden maakt. Door die hoek te kennen weet je hoe het stelsel in je oculair staat, vooropgesteld dat je weet waar het noorden is. Net als bij nevels is de magnitude van sterrenstelsels soms misleidend. De oppervlaktehelderheid is veel lager wanneer het een bovengemiddeld groot stelsel betreft en daarmee de felheid van het totale object.
 
Dubbelsterren
 
Copyright 2005 Richard Yandrick, used with permission.
Iedereen die door een telescoop kijkt ziet dubbelsterren, maar lang niet iedereen kijkt ernaar.
Dubbelsterren zijn voor veel astronomen toch een categorie apart. De één wil er zoveel mogelijk zien, de andere probeert met een zo klein mogelijke telescoop de componenten te splitsen. Het splitsen van dubbelsterren is waar het bij het waarnemen meestal om gaat. Daarnaast zijn er ook velen die er naar kijken vanwege de opvallende kleuren die soms in de sterren zichtbaar zijn.
Een dubbelster heeft een bepaald aantal componenten, waarbij de felste in de regel "A" wordt genoemd. De positie van de andere sterren (B, C, etc.) wordt genoemd in een hoek en afstand ten opzichte van A en het ware noorden. Die hoek noemen we PA (position angle), de afstand "separation" (in boogseconden). Om deze hoek goed te kunnen bepalen is het essentieel om de richting in je oculair te weten. Zonder exact op de juiste plaats te kijken is het bijna onmogelijk om zeer zwakke componenten of die met een minimale separatie te splitsen.
Het gebruik van een hogere vergroting maakt zwakkere componenten zichtbaar en stelt je in staat componenten met een kleinere separatie te splitsen.
Let bij het waarnemen van dubbelsterren op het kleurcontrast. Stel jezelf de eenvoudige vraag: "Is component A wit?". Zo nee, wat is de kleur of tint dan? Hebben de andere componenten exact dezelfde kleur? Door op deze manier naar dubbelsterren te kijken zal het je opvallen dat er behoorlijk wat kleur aanwezig is.
 
Carbonsterren
 
Image courtesy of Al Kelly, used with permission.
Carbonsterren zijn leuk om te bekijken vanwege de opvallende kleuren: Van feloranje tot dieprood. Altijd bijzonder om te zien. Carbonsterren zijn variabele sterren, waardoor de felheid niet altijd gelijk is en daarmee ook de kleur niet. Hoe dichter de ster bij het minimum zit, hoe dieproder de kleur zal zijn. Hoe feller, hoe meer de kleur richting oranje gaat.
 
Asterismen
 
Picture courtesy of Al Kelly, used with permission (www.kellysky.net)Eigenlijk zijn asterismen geen objecten. Het zijn opvallende sterpatronen, of groepjes sterren die ten onrechte als open cluster werden gezien. De asterismen die een opvallend patroon vormen krijgen vaak een bijpassende naam, gewoon omdat de ontdekker er iets in zag. Onjuist geïdentificeerde objecten behouden vaak hun catalogusnaam. Zo bevat bijvoorbeeld de NGC catalogus talloze asterismen.
 
Waarnemingen Uitwerken
 
De op mijn memorecorder vastgelegde waarnemingen werk ik uit in AstroPlanner. Hetzelfde programma dat ik gebruik om mijn waarnemingen te plannen. AstroPlanner stelt me in staat om waarnemingen gedetailleerd uit te werken en indien gewenst direct extra informatie over het object te kunnen opzoeken. Niet alleen over het object zelf, maar ook over alles wat er in de directe omgeving zichtbaar was.
De details die ik vastleg zijn naast de datum en het tijdstip van een waarneming, de locatie en het gebruikte materiaal, ook de weersomstandigheden en relevante informatie over de atmosfeer. Zoals de seeing, transparantie, geschatte grensmagnitude en SQM waarde. De mate van lichtvervuiling op de locatie, storend maanlicht of andere dingen die van invloed waren, zijn allemaal het vermelden waard.
Pagina update: 4 juni 2010
Het gericht bijhouden van waarnemingen en het gedetailleerd uitwerken daarvan noem ik "loggen". In feite is een verzameling van waarneemverslagen je eigen astronomische logboek. Deze pagina omschrijft hoe ik daarin te werk ga.